Vrijmetselarij

Artikel 1
1. Een vrijmetselaar is een vrij man van goede naam, die is ingewijd in een tot de Orde behorende
loge, dan wel in een loge die werkt onder een door de Orde erkende Grootloge. Hij werkt, samen
met andere vrijmetselaren, met behulp van symbolen en rituelen aan zijn persoonlijke vorming.
Deze symbolen en rituelen zijn door de traditie gegeven; zij worden door de vrijmetselaar naar
eigen inzicht geïnterpreteerd.
De gezamenlijke arbeid stimuleert hem ook naar vermogen bij te dragen aan een betere
samenleving.
De vrijmetselaar zoekt op wat mensen verbindt en tracht weg te nemen wat hen verdeelt, opdat
het ideaal van een allen verbindende broederschap gestalte kan krijgen. Daarbij aanvaardt hij
een persoonlijke verantwoordelijkheid ten opzichte van de wereld, die hij ziet als een te voltooien
bouwwerk waarvan ieder mens een levende bouwsteen is. Hij verricht die arbeid in het licht van
een hoog beginsel, symbolisch aangeduid als “Opperbouwmeester des Heelals”.
De vrijmetselaar erkent de hoge waarde van de menselijke persoonlijkheid, de gelijkwaardigheid
van alle mensen, ieders recht om zelfstandig te zoeken naar waarheid en ieders
verantwoordelijkheid voor zijn doen en laten.

 

Wie vrijdenkt, wil anderen tegenkomen die óók vrijdenken. U wilt niet andermans opinie opgelegd krijgen. Geen dogma’s. U zoekt uw eigen route door het leven. Maar niet eenzaam, niet alleen. U zoekt een plek waar mensen naar elkaar luisteren. In vrijheid meningen naast elkaar leggen. Zoeken naar antwoorden op levensvragen. Dat is wat vrijmetselaren doen.

Vrijheid, verdraagzaamheid, broederschap

Drie trefwoorden waarmee de vrijmetselarij kan worden gekarakteriseerd. De vrijmetselarij gaat uit van ieders recht om zelfstandig te zoeken naar waarheid, streeft naar de algemene broederschap der mensen, kweekt verdraagzaamheid, zoekt op wat mensen en volken vereent en tracht verdeeldheid weg te nemen.

De vrijmetselaar komt in loge om beter mens te worden. Niet om beter te worden dan een ander, maar om zichzelf te verbeteren. Een mens bij wie denken, voelen en willen in harmonie zijn. In vrede met zichzelf en zijn omgeving. Vrijmetselaren zijn gewone mensen, wie niets menselijks vreemd is. Het is niet toevallig dat het ‘Ken uzelf’ steeds weer aan hen wordt voorgehouden. Tegenwoordig zouden we zeggen: ‘Verbeter de wereld en begin bij jezelf’.

Bijzondere methode

Vrijmetselarij is geen godsdienst, geen ideologie of levensbeschouwing. En zeker geen sekte of geheim genootschap. De Orde van Vrijmetselaren is een democratische vereniging, waarvan de leden streven naar verdieping van inzicht. In dat streven staat de Orde natuurlijk niet alleen. Maar de vrijmetselarij onderscheidt zich van andere organisaties op dat terrein door haar bijzondere methode van werken. Zij maakt daarbij gebruik van symbolen en rituelen, die op zinnebeeldige wijze de levensloop van de mens uitbeelden.

Symbolen zijn hulpmiddelen bij het overbrengen van gedachten of gevoelens die vaak moeilijk onder woorden zijn te brengen. In ons dagelijkse leven bedienen we ons onbewust van talloze symbolen, waarvan iedereen meteen de bedoeling begrijpt: een bos bloemen, de trouwring, de nationale driekleur, het kruis, een handdruk, enz. Voor vrijmetselaren is hun symboliek een taal die zij verstaan, waar ter wereld zij elkaar ook ontmoeten. Waar het gesproken of geschreven woord misverstanden kunnen veroorzaken, schept die gemeenschappelijke symbolentaal eenheid tussen mensen met totaal verschillende maatschappelijke achtergronden, opvattingen en karakters.

In de vrijmetselarij neemt de bouwsymboliek, erfenis van de ambachtelijke loges uit de middeleeuwen, een zeer belangrijke plaats in. De vrijmetselaar bouwt aan de tempel der mensheid, aan een betere wereld, waarbij hij zichzelf ziet een bouwsteen.

Een geliefde uitdrukking is dat de mens een ruwe steen is, die moet worden bekapt en gepolijst tot een zuiver kubieke steen, zodat die gave steen kan worden ingepast in het bouwwerk van levende stenen.Passer en winkelhaak vormen internationaal hét herkenningsteken van de vrijmetselarij. De passer wordt verbonden met de gedachte aan maatgeven, scheppen, afpassen. Hij is ook het symbool van de uitstralende Liefde uit het Oosten, het symbool van de Opperbouwmeester die alles ordende naar maat, getal en gewicht. De winkelhaak met zijn rechte hoek symboliseert de mens die het Licht ontvangt, de mens die zich in de ‘rechte verhouding’ weet te plaatsen tot zijn medemens.