Het Logegebouw

Engelsestraat 30 Bergen op Zoom

Het huidige Logegebouw aan de Engelsestraat 30 in Bergen op Zoom is in 1996 aangekocht. Het pand kent een lange geschiedenis en toevalligerwijs ligt het tegenover de huizen 23 tot 29 waar de stichter van de Loge, Friedrich May, heeft gewoond .

Oorspronkelijk bestond het Logegebouw uit twee panden, respectievelijk St. Jorisschild en De Witte Roose. Vanaf 1899 waren deze eigendoem van de Bergse koopman Schenk, die deze in 1912 op zijn beurt verkocht aan Boschman, die er een bakkerij in had. Rees in 1915 verkocht deze het aan de Bergse bankier van Hasselt, de latere burgemeester van Bergen op Zoom.

De beide panden werden in 1925 verkocht aan de Amsterdamsche Bank; deze was toen reeds gevestigd in het naastgelegen huis op nummer 26. De oude gebouwen werden afgebroken en op die plaats verrees een nieuw en modern bankgebouw in de Expressionistische stijl met nieuwe zakelijke elementen. Het interieur in Art Déco. Beneden de bank en boven de woning van de directeur.

Het ontwerp was van J. Ouendag en P. de Nijs, beide architecten in de Expressionistische stijl.

Naast de Art-Deco elementen in het interieur zijn sporen uit die tijd nog duidelijk zichtbaar: de geldkoker, de balie, de kluis in de kelderruimte.

Kenmerkend voor deze stijl is het gebruik van veel machinale baksteen in zowel de constructie als in de versiering. Ook kenmerkend voor deze stijl, en terug te vinden in ons gebouw, zijn de zogenaamde laddervensters. De gevel is asymmetrisch. Achter het tweelaagse brede deel lag het kantoorgedeelte. In het midden bevinden zich daar drie getraliede keldervensters, vervolgens een reeks van zeven bandvensters. Gescheiden door een hardsteen lijst volgen direct drie brede vensters, deels nog met ijzeren kleine roedenverdeling. Een brede latei overspant deze hoge vensters, waarvan het middelste het breedste is.

Achter deze dubbele vensterpartij bevindt zich de vroegere kantoorruimte. De verdieping hierboven bezit weer zeven langwerpige schuifvensters. De rechterdeur geeft toegang tot de bovenwoning, met op de eerste etage een staand raam en een vierlichts raam, en daar boven drie vensters. Het hoge rechtergedeelte is monumentaal vormgegeven.

In de kelder bevindt zich nog de oorspronkelijke bankkluis